 |
De ringslang is de grootste inheemse slangensoort
De habitat van de ringslang moet aan een aantal eisen voldoen. Ringslangen hebben vaak een gebied waar ze overwinteren, veelal onder takkenbossen en braamstruiken in oude konijnenholen op zandige hellingen. Ze hebben rustige plekjes nodig waar ze kunnen zonnen.
Bedreigingen van de ringslang zijn intensivering van de landbouw, verdroging van de habitat, het verdwijnen van broedhopen, versnippering van het leefgebied en met name het verkeer dat de slangen plat rijdt.
De mens heeft echter niet altijd een negatieve invloed, de slang heeft soms voordeel bij menselijk ingrijpen in het landschap.
Tegenwoordig worden vaak broedhopen aangelegd om de voortplanting van de ringslang te stimuleren. Deze hopen kunnen bestaan uit allerhande organisch materiaal en takken. Ze moeten zo groot mogelijk zijn, zodat de slang een ideaal stukje uit kan zoeken en de temperatuur ook stabieler blijft, broedhopen moeten op een zonnige plek worden aangelegd.
De aanleg van broedhopen in ecologische verbindingszones helpt de verspreiding van de ringslang, op plaatsen als voormalig zwembad Beekhuizen wordt de ringslang vaak een handje geholpen door middel van het aanleggen van broedhopen. Dit heeft met name geholpen bij de verspreiding en vermenigvuldiging van het aantal ringslangen.
Voor hun voedsel zijn ringslangen afhankelijk van amfibiën, vooral kikkers, waardoor ze vaak rond vijvers en vennen, rivieren en veenmoerassen worden aangetroffen, zowel langs stilstaand als langzaam stromende wateren. Voor de voortplanting gebruikt de ringslang broedhopen. In de natuurlijke situatie zijn dit plekjes met veel blad en strooisel.
In Nederland en Belgie
is de ringslang een zeldzame soort die op de rode lijst staat, het is verboden de slangen te verstoren, te vangen of te doden.
|
 |